Zweefvlieger Anne werd 50 en deed een inzameling voor Stichting Hoogvliegers
05 februari 2026Eind december schreef ik dat ik voor mijn vijftigste verjaardag graag het volgende zou wensen: een geslaagde inzamelingsactie voor de Stichting Hoogvliegers.
Nou, dat cadeau heb ik gekregen hoor!
En het leuke is dus: de kinderen met een ziekte en / of beperking die genieten van de aangeboden rondvluchten met motorvliegtuigen hebben dat cadeau gekregen.
Het streefbedrag was € 840.
Mijn leeftijd, de 34 jaren dat ik zweefvlieger ben, en dat getal keer 10.
Het uiteindelijke resultaat is € 872 geworden.
Een ieder die gedoneerd heeft wordt zeer hartelijk bedankt!
Als je deze leeftijd bereikt, dan kijk je eens terug in de tijd naar welke types je gevlogen hebt, en waar dat is gebeurd.
Als blijk van dank wat foto's van een aantal zweefvliegtuigen die ik vloog.
Een aantal daarvan vlieg ik nog steeds.
Foto's uit mijn blonde verleden, en mijn grijze heden...
Na de opleiding maak je de eerste vijf solovluchten op de vertrouwde tweezitter. Dat toestel ken je door en door.
Daarna ga je verschillende eenzitters vliegen, en als je het leuk vindt ga je eens naar een ander vliegveld.
Het meest merkwaardige apparaat wat ik gevlogen heb is de SG 38.
Schulgleiter 1938.
Op de Wasserkuppe, in het Rhöngebergte.
In de jaren '30 en nog even daarna was er in Duitsland een jeugdgroepering waarvan het lidmaatschap eerst vrijwillig was, en later verplicht.
Een deel daarvan leerde zweefvliegen, om vervolgens jachtvlieger te worden.
Een enorme rubber kabel werd door een groep mensen in het dal aangetrokken, en bij het zweefvliegtuig aan een haak vastgemaakt met een ijzeren ring.
Bij de staart hield een aantal mensen het toestel tegen, en lieten het los zodra de kabel op spanning stond.
Het toestel accelereerde, begon te vliegen, en zodra de ring uit de haak viel vloog je een eindje het dal in om een landing te maken.
Het zweefvliegtuig was gemaakt van hout en linnen. En je zat op een plankje van waaraf je het toestel stuurde.
Omdat het een eenzitter was, was je dus ook meteen solo.
Het enige wat de instructeur kon doen was uitleggen wat te doen, en wat te laten.
De instructeur riep met een megafoon, eigenlijk een soort ijzeren roeptoeter, naar de mensen die stonden te trekken in het dal... en daar ging je dan!
Beheerste je de kunst van het starten en landen op deze manier, dan ging de opleiding verder.
Zie het filmpje, dan wordt het meer duidelijk.
Natuurlijk waren de andere types ook erg leuk om te vliegen.
En het is goed om je te realiseren dat je in beginsel geen vlieger bent, dat word je.
Een woord van dank past dan ook aan de instructeurs van de Zcnop die kans hebben gezien mij deze kunst te leren!
En nogmaals veel dank voor het laten slagen van de inzamelingsactie!
Ik verzin in de toekomst wel weer een reden voor een volgende.
Bijvoorbeeld 20 keurige boterzachte landingen na elkaar, om een regenbui heen gevlogen in plaats van er doorheen, na een lange vlucht uitstappen zonder kramp in de benen...
Wordt vervolgd!